Home » 100. Br. Hildemar

100. Br. Hildemar


Links is Br. Hildemar en rechts is zijn tweelingbroer Br. Leonardus.


Br. Leonardus kon vroeger goed tekenen en kunstschilderen.

Jan Keizer

Reactie plaatsen

Reacties

Jan Keizer
7 jaar geleden

Br. Hildemar was op 4 april 1920 geboren en op 3 februari 2006 overleden en in Maastricht begraven.

Zijn tweelingbroer was op 4 april 1920 geboren en op 11 december 2005 overleden.

Brother Leonardus (Joep), J.J. Drummen 1920-03-04 + 2005-12-11



In dankbare herinnering aan



broeder LEONARDUS,

Josephus Johannes DRUMMEN



Hij werd geboren op 4 maart 1920 te Nijmegen.

Op 15 augustus 1941 deed hij zijn professie in Maastricht

Hij overleed 11 december 2005 te Nijmegen.


Hij heeft nog nooit op IvD gewerkt en lees maar verder onderstaande tekst over zijn levenwijze.

IN MEMORIAM - BROEDER JOEP DRUMMEN



Geachte Voorgangers bij deze uitvaartviering, geachte familie. vrienden en bekenden van Broeder Joep Drummen, beste medebroeders,

Vandaag moeten wij afscheid nemen van een bijzonder kleurrijk, kunstzinnig en kunstminnend medebroeder, familielid en vriend. Elk mensenleven is bijzonder, want uniek, en dat van Broeder Joep heel duidelijk.

Het bijzondere begon al bij zijn geboorte, hij kwam niet alleen want zijn broer Huub was en werd zijn onafscheidelijke tweelingbroer. Dat heeft voor beiden heel veel betekend in hun leven. Niet velen van ons hebben de ervaring van een van een tweeling te zijn en dan nog wel van een ééneïge tweeling en dat waren Huub en Joep. Zij hebben dat zeer sterk ervaren en beleefd in hun lange leven.

Bij gelegenheid van hun zestigjarig professiefeest als broeders van Maastricht heeft Joep, mede uit naam van Huub, een boekje geschreven dat hij de titel gaf: “Het boek van lief en leed.” “Ja alles deden ze samen, lief en leed,” schrijft Joep op bladzijde vier en dat wordt vele keren herhaald.

In de afgelopen dagen heb ik me wel eens afgevraagd wie van de twee het initiatief nam om broeder te worden. Het lijkt haast of het vanzelfsprekend was dat beiden voor dit leven kozen. Joep schrijft in zijn boekje dat nadat ze van Nijmegen naar Rotterdam verhuisd waren ze in de nieuwe St. Nicholaasschool van de broeders in Spangen terecht kwamen. Br. Regis was daar hoofd en bij hem hebben ze in de klas gezeten. “Vijf jaar lang vanaf klas twee tot en met zes. We waren bijna broeder!” schrijft Joep.

In hun verdere leven als broeder hebben ze ook altijd heel veel samen gedaan, samen veel gedeeld, lief en leed. Zo ontdekten ze pas later dat ze ongeveer op dezelfde tijd aan dezelfde kwaal geopereerd waren! “Vreemd was dat”, schrijft Joep. Zelfs op veel latere leeftijd hebben beiden, zij het niet op dezelfde tijd, een hersen-infarct gehad.

Maar goddank hebben ze samen ook heel veel fijne, plezierige en vreugdevolle dingen beleefd, heel veel liefs dus. Zoals het samen op vakantie gaan bij hun broer in Frankrijk, samen vissen, tekenen en schilderen, samen genieten van het goede der aarde!

Vanaf het begin van hun broederleven hebben beiden zich met hart en ziel ingezet voor het werk, het apostolaat waar onze Congregatie voor gesticht is, zij het op verschillende plaatsen en in verschillende functies. Beiden waren duidelijk geïnspireerd door onze Stichters. In onze Constituties lees ik hierover: “In de geest van onze stichters zien wij als congregatie onze apostolische taak met name liggen op het terrein van opvoeding, vorming en onderwijs. Met nadruk moet hier gesteld worden, dat leven in de geest van de stichters eveneens betekent: bijzondere voorliefde hebben voor armen en misdeelden, voor achtergestelden en gehandicapten, voor sociaal zwakke en vergeten groepen, voor hen die weinig liefde ondervinden.”

Wij mogen vaststellen, en er als medebroeders ook trots op zijn, dat Br. Joep altijd in deze geest zijn werk in het onderwijs heeft gedaan. Bij hem stond opvoeding, mensen, jonge mensen, helpen uit te groeien tot volwaardige en gelukkige mensen, voorop. Hij hád oog voor de minderbedeelden én voorkeur voor de zwakkeren in de gemeenschap! Hij heeft dat waar gemaakt om te beginnen in Amsterdam, daarna in Helmond, Halfweg, Weert en Maastricht. Maar de langste tijd hier in Nijmegen en Mook. Verschillende van deze scholen, zoals in Helmond en Nijmegen, lagen in wat we nu achterstandswijken zouden noemen. Juist voor deze kinderen was Br. Joep een vader en vertrouwensman. En dat niet alleen voor de kinderen maar ook voor de ouders en families. Hij was een begenadigd opvoeder en hij heeft met die genade ten volle meegewerkt.

Naast zijn werk heeft Joep héél véél andere dingen gedaan waar hij zich in kon uitleven. Het meest in het oog springend natuurlijk in zijn schilderstalent. Ik denk dat Pastor van der Meer hier dieper op in zal gaan, daarom wil ik hier met een enkele opmerking daarover volstaan. Trouwens, we zien het allemaal om ons heen! Ook dát talent deelde hij met zijn broer Huub al heeft deze in Joep hierin altijd zijn meerdere erkend en met vreugde en waardering.

Zoals hij in zijn opvoedingswerk leven wilde geven aan de kinderen die hem toevertrouwd waren, zo wilde hij ook met zijn schilderen en tekenen leven brengen, leven opwekken, leven doen bewonderen voor allen die naar zijn werken keken, voor allen die ze wilden zien! In een interview met Joep van enkele jaren geleden lees ik: “Ik wil met mijn schilderijen leven brengen. Dat zie je ook in mijn vrolijke kleuren”. “Begaan zijn met andere mensen daar gaat het de schilder om,” voegt de interviewer hier aan toe.

Bij zijn 50 jarig jubileum als broeder schreef Br. Bert van Rijn die als enige huisgenoot overbleef in Lankforst en met wie hij de laatste 18 jaar heeft samengeleefd, en van wie wij twee weken geleden hier afscheid moesten nemen, over Joep als medebroeder, als mens o.a. het volgende: “Ouder worden is inleveren maar ook groeien.... We zien hem worden wat hij is gebleven; een warm mens, een broeder van anderen, met deernis meelevend met deze maatschappij, bewogen door wat er in de kerk wel of niet gebeurt, getrokken door Christus uit het Evangelie” En bij zijn 60 jarig feest schreef Bert: “Toenemende doofheid maakt de voor hem onontbeerlijke communicatie niet gemakkelijk.”

Communicatie met mensen was inderdaad onontbeerlijk voor Br. Joep. Belangstelling tonen, maar ook ontvangen was heel belangrijk voor hem. Joep wilde en had op dat gebied veel te geven en deed dat ook Hij had er tegelijkertijd enorme behoefte aan die ook te ontvangen. En als mensen daar niet altijd op verdacht waren of hier niet aan konden voldoen kon hij daar soms op een niet al te tactische wijze uiting aan geven! Goddank, hij was een mens, een medebroeder zoals wij!

Een laatste gedachte, eerder een voorval dat ik samen met een medebroeder bij mijn laatste bezoek aan hem in het ziekenhuis meemaakte. We hadden even een heel fijn en goed contact met hem gehad en toen wij aanstalten maakten om weg te gaan zei hij: “Geef me een kruisje.” In vroeger dagen kregen wij broeders na het avondgebed, dus voor het slapen gaan, een kruisje van de overste. Ik was er wel even door getroffen want dit had ik in mijn tijd als provinciaal nog niet meegemaakt! Maar het allermooiste was dat Joep ons, Br. Jan Hillenaar en mij, ook een kruisje gaf. Het was een ontroerend afscheid.

Het kruis als symbool van Gods liefde tot het uiterste, daarin heeft Joep het doel van zijn leven herkent en daaruit proberen te leven.

In het boekje: “De Werken van Joep Drummen” dat bij gelegenheid van zijn diamanten jubileum uitgegeven is en waar veel van zijn schilderijen in staan zegt Joep op het eind van zijn schrijven over zijn leven het volgende: “Nu op leeftijd gekomen, ben ik milder in mijn oordeel, zie ik in mensen om mij heen de levenstragiek, nodig om los te komen van het aardse, om te mogen eindigen in Gods Licht, de hemel.”

Naast veel dank voor wie je was voor ons je medebroeders, je familie, je vele vrienden en bekenden vooral ook in deze parochie wensen je van harte toe dat je leven nu geëindigd is in Gods Licht, in Gods Liefde.

Maastricht, 14 december 2005

Br. Maarten Bouw

----------------------------------IN MEMORIAM BROEDER HUUB DRUMMEN - 8 FEBRUARI 2006

Twintig foto-albums op een rij. Netjes genummerd en achterin een korte aanduiding bij welke gelegenheid de foto’s zijn gemaakt. In twintig albums ligt het leven van Huub in beelden opgeslagen: van de jongen die met zijn tweelingbroer Joep in Zevenaar was, van de jonge man die novice werd, van de jonge broeder in Wehl en Amersfoort tot de man in de kracht van zijn leven, die dertig jaar groepsleider was in St. Michielsgestel. En van de ouder wordende medebroeder, die aanwezig is bij vreugdevolle en verdrietige momenten in de familie, die geniet van de vele hobby’s na zijn pensionering en van de vakanties met Joep in Frankrijk tot de ziek geworden Huub, die in het Trefpunt in De Beyart wordt verzorgd in de jaren van toenemende dementie en lichamelijke aftakeling.


Een heel leven in twintig albums. Tezamen zijn ze als het ware een icoon van Huub zijn leven. Een kostbaar icoon was Huub zélf voor ons in zijn trouw van bijna 65 jaar broeder-van-mensen-zijn. Een man, die - zoals de eerste lezing ons liet horen - was toegerust door de Heer met Zijn eigen kracht en gemaakt was naar Zijn eigen beeld. Een man ook aan wie de Heer, naast vijf zintuigen, verstand en het woord heeft gegeven én een hart om begrip te verwerven. Deze icoon die Huub was, is nu verborgen in de dood, maar als beeld van Gods liefde is hij voor ons een venster geworden op de eeuwigheid.

Als ik Jezus in het evangelie hoor zeggen: ‘Verkoop alles wat u hebt en verdeel de opbrengst onder de armen’, dan meen ik te mogen zeggen, dat Huub hieraan heeft beantwoord. In zijn lange leven heeft Huub “verkocht” wat hij van de Heer ontvangen heeft: vijf zintuigen, als zesde zintuig het verstand, als zevende het woord én een hart om begrip te verwerven. En hij heeft dit alles verkocht aan de vele honderden kinderen, die hij in zijn werk als groepsleider heeft begeleid en mee opgevoed. We zijn Huub zeer dankbaar voor de wijze waarop hij onze medebroeder is geworden en is gebleven tot het einde toe.

Hubertus Johannes Drummen is geboren op 4 maart 1920 te Nijmegen. Tussen hem en zijn tweelingbroer Joep bestond een onverbrekelijke band. Nog geen twee maanden na de dood van Joep nemen we afscheid van Huub en begraven hem aanstonds op ons kloosterkerkhof, waar ze naast elkaar zullen rusten in moeder aarde.

Wie van beide broers als eerste de wens heeft geuit om broeder te willen worden weet ik niet. Beiden werden in september 1933 juvenist en gingen samen de weg die velen van ons zijn gegaan: ULO in Zevenaar, Kweekschool in Maastricht, noviciaat in De Beyart. Op 15 augustus 1941wordt hij geprofest als broeder Hildemar.

Huub zakte voor het onderwijzersexamen en kreeg geen tweede kans van zijn overheid. Dit besluit heeft Huub altijd onbegrijpelijk gevonden en onterecht. Maar het was oorlog en Huub kwam te werken in de aardappelkelder van De Beyart voor het jassen van de piepers voor de broeders en ook voor de Duitsers. In 1943 wordt hij verplaatst naar Wehl en wordt daar prefect van het pensionaat St. Martinus. Met de grote ‘Gu’ als overste maakt Huub in Wehl een begin met zijn werkzaamheden als groepsleider. Na Wehl volgt het Pensionaat St. Louis in Amersfoort. Foto’s tonen Huub temidden van een overweldigend aantal kinderen. Je denkt: kijk, zeker alle kinderen een keer met Huub op de foto. Maar nee: het is een foto van Huub met zijn groep van 80 kleintjes, waar hij dag en nacht groepsleider van was. Misschien geen regel, maar zeker ook geen uitzondering in die tijd.

Achteraf gezien is Huub dan misschien verloren gegaan voor het onderwijs, zijn opvoedkundige kwaliteiten zijn zeker zo goed tot hun recht kunnen komen en misschien nog beter, in de begeleiding en ondersteuning van al die kinderen buiten schoolverband.

De aktes Ward 1 en 2 en handenarbeid waren daarbij tot steun, evenals later de diploma’s kinderbescherming A en B eind zestiger jaren. Toen echter was Huub al jaren als groepsleider verbonden aan het Instituut voor Doven te St. Michielsgestel. Hier was hij in 1952 naar overgeplaatst. Het betekende voor hem een enorme overgang, die hem aanvankelijk heel zwaar is gevallen. Citerend uit het tijdschrift ‘de Vriend’ van het Instituut: “Op 22 maart 1952 om kwart voor vijf kwam broeder Huub in Sint-Michielsgestel aan. Toen hij, lopende vanaf de Drie Zwaantjes, langs het hoofdgebouw kwam, bleken de kinderen al op de hoogte van zijn komst. De raampjes werden boven geopend en een voor hem onverstaanbaar ‘broeder Hildemar’ galmde naar buiten.”

Zelf zegt Huub over die begintijd: “Ik had erg veel moeite met het strenge regime. Dat was overigens de tijdgeest en niet iets van alleen hier. Daarnaast was er aan alles gebrek. Je had niets om de kinderen mee bezig te houden. En ik had er in mijn eerste groep wel 45. Je was dag en nacht bij de jongens. Het heeft enige tijd geduurd, voordat ik een beetje ging begrijpen hoe dit wereldje in elkaar zat en wat de bedoeling was.”

De foto van Huub met deze eerste groep kinderen toont hem echter in een onverstoorbare en ontspannen houding én met de toen nog vanzelfsprekende sigaar tussen de vingers.

Hij was in zijn beste jaren en deed wat mogelijk was om de situatie voor de kinderen te verbeteren. De eeuwige hostiepap voor de kleintjes werd meer en meer vervangen door stevige boterhammen met beleg. De lawaaiige tinnen borden werden vervangen door gewoon servies. Hij was creatief in het bedenken van allerlei activiteiten in de vrije tijd: van sporten tot pootje baden - al bleef dat met de strenge overste beperkt tot één maal -, van toneelspelen tot knutselen en het bouwen van een heus spoorwegemplacement.

Verschillende reizen met de kinderen naar het buitenland - Lourdes en Rome - waren hoogtepunten. Zo was hij ook een keer met broeder Carloman in Lourdes met 12 dove kinderen en nog een 30-tal zieke kinderen. De kinderen logeerden in het ‘Asyl’, een complex met meerdere slaapzalen en eetzalen. Huub had net niet zo op het traditionele programma met deze kinderen en maakte met de Nederlandse dokter de afspraak: Mis om half zeven in de morgen o.k. en dan verder nog “één vroom ding per dag”, waarop de dokter zei: “Eindelijk een paar verstandige mensen”.

In 1974 haalde Huub aan de sociale academie te Breda het diploma met als specialisatie inrichtingskunde. Voor hem een zekere revanche. Hiermee kon hij zich meten - al was zijn ervaring duizend maal groter - met de jongere groepsleiders, die meer en meer in dienst kwamen, maar wel, en gelukkig ook maar, onder veel betere condities. Huub vierde in Gestel enkele van zijn professiefeesten en in 1977 dat hij 25 jaar aan het instituut verbonden was. De foto’s getuigen van een grote belangstelling, die Huub met duidelijk plezier ondergaat.

Zijn souplesse ten spijt ervaart Huub gaandeweg dat hij toch niet meer van harte achter allerlei nieuwe denkbeelden in aanpak en omgang met de kinderen en daarmee gepaard gaande veranderingen kan staan. In 1982 vindt hij het moment gekomen om afscheid te nemen.

Van zijn directeur, de heer van Eijndhoven, die hier vandaag met ons afscheid neemt van Huub, krijgt hij een hartelijke brief en eervol ontslag. En de toenmalige provinciale overste broeder Adelbertus memoreert nog eens in een dankbrief de enorme inzet van Huub en zijn uithoudingsvermogen in de moeilijke beginjaren in Gestel en in de vele jaren daarna.

Huub gaat genieten van zijn pensioen en dan krijgen ook zijn artistieke talenten de kans om zich verder te ontwikkelen. Tekenen, schilderen en fotografie nemen een grote plaats in, naast zijn altijd al gebezigde hobby van het vissen. Na St. Michielsgestel verhuist Huub naar Waalwijk. Hier is Huub gelukkig. En zijn medebroeders zijn blij met Huub in hun midden.

Een herseninfarct maakt van de ene dag op de andere voor een groot deel een eind aan al zijn hobby’s. Huub vertrekt in 1999 naar Maastricht en sluit zich aan bij de communiteit St. Lidwina.

Het schilderen van iconen is zijn laatste artistieke en spirituele bezigheid. Met grote inspanning lukt het hem om enkele iconen te verbeelden. En met enige trots toonde hij deze op zijn bureau, als op een altaartje, op zijn kamer. Het is zoals zijn mentor in deze zei: elke avond keek hij in stilte naar zijn iconen en genoot er woordeloos van. De symboliek van vorm en kleur sprak hem bijzonder aan, maar vooral de worsteling met verf en penseel en het uiteindelijke resultaat was voor hem een bron van vreugde.

Het laatste foto-album is niet meer afgemaakt. De duisternis van dementie verhinderde Huub om dit te doen. De dood van Joep afgelopen december heeft hem diep geraakt. Het was goed geweest. Een ernstig herseninfarct bracht hem tot de grenzen van de dood. Ik ben ervan overtuigd, dat de bede van het lied, dat we straks gaan zingen door de levende God is beantwoord, toen hij afgelopen vrijdag die grens is overschreden:

“Blijf mij nabij wanneer het avond is, wanneer het licht vergaat in duisternis.

Wanneer geen mens mijn hulpeloosheid ziet, bid ik tot U, o Heer, verlaat mij niet.

Reik mij uw hand en spreek uw reddend woord, wijs mij de weg en leid mij veilig voort.

Blijf mij nabij in vreugde en verdriet. Ik heb u lief, o Heer, verlaat mij niet.”

Adieu Huub! Dag lieve oom Huub. Rust in vrede!!

Theo Broelman

jankeizer
7 jaar geleden

Hallo Lezers. Fotonr:100.Br.Hildermar.

Ik ken die Br. Hilderman heel goed.In April 1952
kwam hij op het IVD in ST Michielsgestel.
Hij werd opvolger Br. Orestes groepleider IVD
1946-1952.Hij was als groepleider bij de
jongensafdeling IVD 1952-1987 geweest.
In October 1987 ging hij van het IVD Sint
Michielsgestel verlaten.Hij stierf in 2006.
Gr. van Frans Rijnbout.IVD 1954-1958.

Diana en willem
7 jaar geleden

jan Keizer,
Bedankt voor het foto. Ja, ik kan heel goed herinneren hoe hij eruit ziet. Leeft hij nu nog, of niet?En broeder Leonardus dan? Leuk dat broeder Hildemar zelf een tweelingbroer heeft. Ik wist niet dat hij een tweelingbroer zelf ook een broeder was. Wat voor werk had broeder leonardus vroeger gewerkt??Ook op het ivd in st. michielsgestel??Wisten veel jongens ook al dat hij zelf een tweelingbroer was?

Diana en willem


Diana en willem